Terug in de tijd

Juli 2017

Een onvergetelijke tulendienst.

Voor maar liefst de vijfendertigste keer organiseerden de Wieringer Dangsers de traditionele Tulendienst, die ook dit jaar werd gevierd in de Doopsgezinde vermaning. Een onvergetelijke Tulendienst memoreerden er meerderen. Niet alleen vanwege de discussie of de kermis wel of niet door zou kunnen gaan, maar vooral ook vanwege de speciale gastmuzikanten.
Voorzitter Jaap Koorn opende de dienst en heette de aanwezigen in zijn Wieringer dialect genderneutraal welkom met de woorden ‘goeiendag samen’. Hij verwoordde verder het belang van het voortbestaan van deze traditie in combinatie met de precaire financiële positie van de Wieringer Dangsers. De grote kerk van Hippolytushoef is immers voor de dansgroep te duur geworden. Herhaaldelijk werd er gegrapt hoe bakker Bellis met zijn warme tulen langs de botsautootjes zou moeten manoeuvreren. Peter Glim, de voorganger in de dienst meldde een tweespraak tussen twee botsauto’s. Zegt de een tegen de ander: “weet jij de kortste weg naar Bakkerij Bellis?” Antwoord: “Bel-m-is!”
De dansgroep liet op de kleine dansvloer een aantal van hun favoriete dansen zien en besloot het optreden met de traditionele kermisdans Wieringer skos. Voorganger Peter Glim liet weten hoe uniek deze tulendienst de geschiedenis in gaat met de deelname van drie Syrische muzikanten. Het lag dan ook voor de hand dat zijn toespraak geënt was op het Bijbelboek Lucas 2: “Omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. Hoe ooit Herodus bang was voor een baby. Dictators worden zelf geregeerd door angst. Laten we niet wegkijken voor vluchtelingen, maar juist elkaar ontmoeten met een oog in oog contact. Wij moeten onvoorwaardelijk de vluchteling aannemen. Aandurven hem in zijn ogen aan te zien en hem te proeven als medemens”, vervolgde Peter Glim.
En daarmee heette hij Mehdat, Ahmed en Salma welkom en zo klonk er voor het eerst Syrische muziek op oriëntaalse muziekinstrumenten in deze kerk. In hun muziek die een heel andere opbouw kent als de westerse muziek was heimwee hoorbaar. Het publiek werd muisstil bij de fragiele, bijna tedere klanken, reageerde enthousiast en trio Syrië kreeg een daverend applaus. Door de eeuwen heen is de Nederlandse folklore altijd beïnvloed geweest door buitenlanders die naar Nederland kwamen. Dat zorgde voor veranderende tradities en tijdens deze tulendienst gebeurde dat ter plekke. Gewoontegetrouw worden warme tulen geserveerd met een klont roomboter en ham. De Syrische muzikanten en het moslimpubliek eten echter geen varkensvlees. Tulen met jam bleek een heerlijk alternatief te zijn.
Naderhand regende het complimenten aan het adres van de Wieringer dansgroep die voor het eerst in hun bestaan de overstap maakten naar niet westerse folklore. De dansgroep liet op hun beurt weten dat zij tot in lengte van dagen dit tulenfeest willen organiseren.

Trio Syrië
Tulen met jam

De brulleft van Henk en Elske.   2 november 2013

Er waren maar liefst honderdvijftig gasten op het vijfentwintig jarig huwelijksfeest van Henk en Elske. Ze kwamen van heel het eiland Wieringen, maar ook van de vaste wal en omdat de postboot niet meer voer, moesten ze maar zien ergens in een hooiberg te overnachten. Ze hadden het er allemaal graag voor over, want zo’n authentieke Wieringer Brulleft wil geen mens missen.
Samen met de Wieringer Sangers, de ’n Oeverse Dansgroep organiseerden de Wieringer Dangsers een bruiloftsfeest zoals deze in de twintiger jaren van de vorige eeuw gevierd werd. Met alles er op en er aan. Natuurlijk, dan kan niet anders, met wat hedendaagse aanpassingen. De sigaren en sigaretten waren of lege hulzen of van chocolade en de asbakken waren afwezig. Het geluid werd versterkt, maar er werd wel rondgegaan met brandewijn en boerenjongens, praatte de ceremoniemeester op zijn wierings de boel aan elkaar en waren de voordrachten, de spelletjes, liederen en dansen voor het merendeel uit de oude doos. De sfeer die ontstond maakte het geheel zo levensecht dat sommige bruiloftsgasten meenden dat Henk en Elske echt hun zilveren bruiloft vierden.
De gasten kwamen binnen door de ereboog met papieren roosjes ” Hulde aan het bruidspaar “ en liepen prompt tegen het bruidspaar op die opgetogen alle felicitaties in ontvangst nam. “Wat leuk dat je ook gekomen bent” tegen de wethouder, tegen de voorzitter van het gewest, tegen de afgevaardigden van dansgroepen uit de buurt en van ver weg. Er werd voor het bruidspaar gezongen en gedanst en ze werden natuurlijk heel veel toegesproken al dan niet in dialect. Het feest barstte echt los toen het bruidspaar de dans opende met een veleta. De ceremoniemeester blies op een scheidsrechtersfluitje de variez en na verloop van tijd waren veel stoelen leeg en de dansvloer overvol. Iedereen danste door elkaar en zo ontstond er een antiek plaatje van een in klederdracht dansende menigte. Dat werd vervolgd met “wie in januari geboren is, sta op tot en met de mensen die achter een boom gevonden zijn. Wat is het mooi om te zien hoe ieder plezier krijgt met dit soort folkloristische eenvoud. Dat zelfde gebeurde met drie keer drie is negen en ieder zingt zijn eigen lied. Bekende en minder bekende liederen passeerden en er was geen mens die niet meezong. Natuurlijk werd er “geskost”. De dansmeester stond op een stoel en riep de aanwijzingen. Het feit dat geoefende dansers samen skosten met bruiloftsgasten die dat voor het eerst deden maakte het vermaak hilarisch en dat was precies de bedoeling. Er werd minuten lang geskost op de diverse oude deuntjes. “ik heb vannacht gepierewierewiet” en van die dikke boerenmeid die een daalder kost. Massaal werd ook de Kikvorsch gedanst met het bruidspaar vooraan. De dans werd net zo lang volgehouden met de alsmaar herhalende melodie totdat het bruidspaar weer terug was op hun oorspronkelijke plaats. Weer was iedereen deelgenoot in een antiek geheel. Het moet middernacht geweest zijn toen de “brugom” opstond om alle bruiloftsgasten te bedanken voor hun vrolijke aanwezigheid. Voldaan vertrokken alle gasten op zoek naar hun bed of naar een hooiberg.

Brulleft Hendrik en Elske
waar “De Kikvorsch” werd gedanst.

1982